De cirkel rond: van Bowie naar Van Gogh

Gepubliceerd op 18 juni 2026 om 15:51

Vooraf had ik zo mijn twijfels of ik wel mee moest gaan met mijn vrienden Joop Koning en Hélène IJspelder naar Château d’Hérouville, net boven Parijs. Hoewel ik zelf geen autorijd, zag ik enorm op tegen de lange reis, waarbij we pas diep in de nacht zouden aankomen in een nabijgelegen Ibis Budget Hotel om vervolgens na een paar uur slaap alweer vroeg op pad te gaan naar het beroemde kasteel.

Toch wilde ik dit al jaren.

Hoewel Joop en Hélène gelukkig meegingen, was vrijwel niemand anders uit mijn omgeving in de gelegenheid om de reis te maken. En hoewel ik veel liever met de trein was gereisd, besloot ik toch mee te gaan. Sommige kansen krijg je in dit leven eenvoudigweg niet nog een keer. Daar ben ik me de laatste jaren steeds meer van bewust geworden. Nadat ik vorig jaar een ontmoeting met Carlos Alomar in de Hansa Studio’s in Berlijn had moeten laten schieten, wilde ik niet opnieuw dezelfde fout maken. En nu was de aanleiding ook weer zo mooi: het was vijftig jaar geleden dat Bowie’s beroemde plaat Low in hetzelfde kasteel werd opgenomen. 

Er was bovendien nog een extra motief. Vrijwel op het laatste moment besloot ik mijn overgebleven Bowie-print mee te nemen. Lijstenmaker Rob Schippers wist er razendsnel een prachtig passe-partout omheen te maken, zodat Carlos ermee op de foto kon. Dat was namelijk nog de ontbrekende foto voor mijn aanstaande boek Holding Bowie.

Daarnaast nam ik een tweede besluit: ik wilde de print schenken aan het Château. De nieuwe eigenaren waren daar zichtbaar verheugd mee. In mijn boek maak ik al een vergelijking met de beroemde tuinkabouter uit de Franse film Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, die overal ter wereld wordt gefotografeerd. Wat was er mooier dan dat mijn portret, na een lange reis langs talloze mensen, muzikanten en landen, uiteindelijk weer terug zou keren naar Frankrijk? Op dat moment voelde het alsof de cirkel symbolisch rond was.

De vele ontmoetingen, ervaringen en het weerzien met Carlos maakten de reis meer dan de moeite waard. Maar er was nog iets anders dat mijn aandacht trok.

Enkele dagen eerder had Carlos iets geschreven over Vincent van Gogh. Zijn woorden raakten me. Hij sprak over de urgency die hij in Van Goghs werk voelde. Ik begreep onmiddellijk wat hij bedoelde. Die innerlijke noodzaak om iets te maken. Om iets achter te laten. Om je leven niet ongebruikt voorbij te laten gaan.

Na zijn Facebook-bericht besloten Joop, Hélène en ik ook naar Auvers-sur-Oise te gaan, om enkele plekken te bezoeken waar Vincent had gewoond, gewerkt en geschilderd. Natuurlijk bezochten we ook zijn laatste rustplaats, waar hij naast zijn broer Theo begraven ligt. Het was een indrukwekkende ervaring.

Vanmiddag ben ik verder op onderzoek uitgegaan. Natuurlijk wist ik al dat Van Gogh de langste periode van zijn leven in Den Haag had gewoond, maar dat ik zó dicht bij plekken heb gewoond en gewerkt die direct met hem verbonden zijn, grenst bijna aan het magische.

Al veertien jaar woon en schilder ik in de Molenstraat in Den Haag. Wanneer ik uit mijn raam kijk, zie ik de gevel van Duck Rabbit. In hetzelfde pand bevond zich vroeger een kunsthandel en later de firma Goedman, waar ik nog altijd mijn verf koop. De kans is groot dat Vincent daar zelf ook over de vloer kwam. Dat hij op meerdere adressen in mijn straat kwam, staat zelfs vast.

Op loopafstand bezocht hij zijn kunstbroeder George Hendrik Breitner, die een atelier had in de Juffrouw Idastraat, de parallelstraat achter de mijne.

Toen ik destijds naar Den Haag verhuisde, woonde ik eerst aan de Lage Nieuwstraat. Pas veel later ontdekte ik dat Van Gogh daar om de hoek zijn atelier had gehad. Ook woonde hij enige tijd vlak bij de Lange Beestenmarkt, op een steenworp afstand van mijn huidige school. En alsof dat nog niet genoeg is, was hij buitengewoon lid van Pulchri Studio, waar ik eveneens lid van ben.

Mensen zeggen weleens dat Van Gent, vanwege Van Gogh, geen slechte achternaam is. Toen mijn eerste boek in 2000 verscheen, lag het niet alleen op een tafel in het huidige Kunstmuseum Den Haag, maar stond het ook in de boekenkast. Op alfabetische volgorde naast een boek over Van Gogh. Een klein detail misschien, maar wel een dat me altijd is bijgebleven.

Tijdens mijn gesprek met Carlos Alomar vroeg hij naar de urgentie achter mijn boek Holding Bowie. Zonder nadenken antwoordde ik dat de belangrijkste reden mijn vader was. Pas toen ik het uitsprak, besefte ik hoeveel waarheid daarin zat.

Mijn vader vernoemde mij naar zijn eigen vader: Theodorus. Dezelfde naam als die van Vincents broer Theo. Dat deed hij overigens zonder mijn moeder daarvan op de hoogte te stellen. Zij was daar destijds, zacht gezegd, niet bijzonder gelukkig mee en noemde hem een stiekeme - en daarmee volgens haar een echte katholiek. Inmiddels kan ik daar gelukkig om lachen en ook Carlos vond de anekdote hilarisch.

De enige schilderijen die ik ooit van mijn vader heb gezien, waren duidelijk door Van Gogh geïnspireerd. Dat gold ook voor de schetsen die hij tijdens mijn workshops in Italië maakte, waarvan ik getuige mocht zijn.

Dat ik gisteren opnieuw oog in oog stond met het werk van Van Gogh, in hetzelfde museum waar ooit mijn eerste boek naast een boek van hem in de kast stond, gaf me opnieuw het gevoel dat bepaalde lijnen in een leven soms pas veel later zichtbaar worden.

En nu ik alles zo op een rij zet, begin ik me af te vragen hoeveel sporen van Vincent ik al die jaren ongemerkt ben gepasseerd. Misschien wordt het toch tijd om die Van Gogh-route maar eens te downloaden…😉

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.