Schildertechniek – Klassieke opbouw in lagen
Klassieke schildertechnieken in een moderne praktijk
De schilder- en tekentechniek die ik gebruik voor al mijn eigen werk en portretten in opdracht, is gebaseerd op de werkwijze van de Oude Meesters. Hoewel ik werk met moderne materialen, zijn de grondbeginselen onveranderd gebleven. Centraal staat de opbouw van een schilderij in lagen — een methode die zorgt voor diepte, nuance en een tijdloze uitstraling.
Voor opdrachtgevers betekent dit dat een portret niet alleen een gelijkenis is, maar ook een aanwezigheid krijgt die blijft boeien.
Mijn eerste kennismaking met deze technieken vond plaats aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Daar kreeg ik les van onder anderen Rien Bout, Hans van der Lek, Jan van Spronsen en Simon Koene. Zij legden bij mij de basis voor een zorgvuldige en gelaagde werkwijze — een fundament waar ik nog dagelijks op bouw.
Mijn motto is daarbij nog altijd:
“Leer wat er te leren valt en ga dan je eigen weg.”
Invloeden en verdieping
Mijn fascinatie voor ambachtelijke schildertechnieken reikt verder dan de academie. Door bezoeken aan restauratieateliers en het bestuderen van oude meesters heb ik mijn kennis verdiept.
In het restauratieatelier van het Mauritshuis kreeg ik de kans het vermoedelijke laatste zelfportret van Rembrandt van dichtbij te bestuderen — een ervaring die een blijvende indruk heeft achtergelaten. De intensiteit en technische beheersing van zo’n werk zijn nauwelijks in woorden te vatten, maar vormen wel een blijvende inspiratiebron.
Ook een gastles van Co Westerik - een van de belangrijkste Nederlandse schilders van zijn generatie - was van grote betekenis. Zijn heldere uitleg over de opbouw van een onderschildering - eenvoudig met krijt op een schoolbord -maakte diepe indruk.
Daarnaast heb ik veel geleerd van restauratieverslagen, vakliteratuur en gesprekken met restauratoren en collega-schilders.
Techniek als middel, niet als doel
Techniek is voor mij nooit een doel op zich, maar een middel om tot een overtuigend beeld te komen.
De basis ligt altijd in het tekenen naar waarneming: model, portret en stilleven. Van daaruit maakt het gelaagd schilderen het mogelijk om tot een grotere diepte en subtiliteit te komen.
Voor de opdrachtgever betekent dit dat een portret niet vlak blijft, maar een natuurlijke levendigheid krijgt — alsof het zich langzaam ontvouwt naarmate je langer kijkt.
Het uiteindelijke doel blijft altijd hetzelfde:
het raken van de essentie, de ziel van het onderwerp.
Waarom deze techniek het verschil maakt bij een portret
Een portret dat in lagen is opgebouwd, heeft een diepte en levendigheid die met directe schildertechniek moeilijk te bereiken is. Het licht lijkt als het ware in het schilderij te zitten, in plaats van erop.
Dit zorgt ervoor dat een portret niet alleen een gelijkenis is, maar ook een blijvende aanwezigheid krijgt — iets wat vooral belangrijk is bij huidtinten, expressie en karakter.
Opbouw van een schilderij in lagen
Wat deze werkwijze bijzonder maakt, is de duidelijke scheiding tussen vorm, compositie en kleur.
Een schilderij begint met een monochrome onderschildering, zoals een grisaille, brunaille of verdaccio. Hiermee wordt de basis gelegd voor licht, vorm en structuur.
Doordat kleur pas later wordt toegevoegd, ontstaat er meer controle en verfijning. Dit zorgt ervoor dat het eindresultaat rustiger, overtuigender en duurzamer oogt.
Warme en koele ondergronden
De keuze van de ondergrond speelt een cruciale rol in de uitstraling van het schilderij.
Door bewust te werken met warme en koele ondertonen ontstaat een spanningsveld.
Dit zorgt ervoor dat een portret niet vlak wordt, maar levendig en overtuigend - iets wat vooral belangrijk is bij huidtinten en expressie.
Huidtinten krijgen meer nuance, landschappen meer diepte en kleuren blijven in balans.
Dit subtiele samenspel zorgt ervoor dat een schilderij niet “hard” of vlak wordt, maar een natuurlijke harmonie behoudt.
Glaceren en transparante lagen
Door het aanbrengen van meerdere transparante verflagen - zogenaamde glacis - ontstaat een diepte die met directe schildertechnieken nauwelijks te bereiken is.
Voor de kijker betekent dit dat licht als het ware door de verf heen lijkt te bewegen. Dit geeft een schilderij een rijke, gelaagde uitstraling die ook na langere tijd blijft fascineren.
Leren schilderen volgens de Oude Meesters
Voor wie deze technieken zelf wil leren toepassen, zijn er verschillende mogelijkheden:
- Fysieke lessen bij Atelier Sint Lucas
- Online schilderworkshops, op elk moment te volgen
- Persoonlijke feedback op werk
Met ruim 25 jaar ervaring als docent werk ik dagelijks met zowel beginners als gevorderden. Die ervaring neem ik ook mee in opdrachten, waar eenzelfde zorgvuldigheid en aandacht voor detail centraal staat.
Praktijk en televisie
In 2012 nam ik deel aan Sterren op het Doek.
In 2023 werkte ik mee aan De Nieuwe Vermeer, waarin ik een schilderij opbouwde volgens de technieken van de Oude Meesters.
Het werk Venus, Jupiter en Mercurius is permanent te zien in het Vermeer Centrum in Delft — een plek met een directe historische verbinding met Johannes Vermeer.
Dit soort projecten vormen geen doel op zich, maar bevestigen wel de waarde van een ambachtelijke werkwijze die nog altijd actueel is.
Veelgestelde vragen over schildertechniek en portretten
Wat maakt deze schildertechniek anders dan een directe schildertechniek?
Door te werken in lagen ontstaat er meer diepte, nuance en controle. Het licht lijkt als het ware in het schilderij te zitten, in plaats van erop. Dit geeft een rijkere en duurzamere uitstraling.
Waarom werk je met een onderschildering zoals grisaille of verdaccio?
Een onderschildering vormt de basis voor licht, vorm en structuur. Door eerst in toon te werken en pas later kleur toe te voegen, ontstaat een evenwichtiger en overtuigender eindresultaat.
Wat is het voordeel van werken in meerdere lagen (glaceren)?
Door transparante verflagen over elkaar aan te brengen, ontstaat een diepte die met directe schildertechniek moeilijk te bereiken is. Kleuren gaan optisch mengen en krijgen een natuurlijke gloed.
Is deze techniek alleen geschikt voor portretten?
Nee, deze werkwijze is toepasbaar op portretten, stillevens en landschappen. Juist bij huidtinten, expressie en subtiliteit komt de kracht van deze techniek sterk naar voren.
Waarom kies je voor warme of juist koele ondergronden?
De ondergrond bepaalt in grote mate de sfeer van het schilderij. Warme ondergronden versterken koele tinten en omgekeerd. Dit zorgt voor balans en spanning in het beeld.
Hoe lang duurt het maken van een schilderij in deze techniek?
Omdat er in lagen wordt gewerkt en droogtijd een rol speelt, neemt het proces meer tijd in beslag dan bij directe schildertechniek. Die tijd is essentieel voor het eindresultaat.
Kan ik deze techniek zelf leren?
Ja, via de lessen bij Atelier Sint Lucas of via mijn online workshops. Daarin begeleid ik stap voor stap het proces, van opzet tot afwerking.
Werk je ook in opdracht volgens deze techniek?
Ja, alle portretten in opdracht worden opgebouwd volgens deze werkwijze. Dit zorgt voor een schilderij met een blijvende uitstraling en een sterke gelijkenis.