Sting, ArtGraf en het begin van een nieuwe fase
De eerste keer dat ik ooit het penseel pakte om voor het eerst met olieverf een portret te schilderen, moet zo rond mijn 12de zijn geweest. Ik maakte toen een portret van mijn allereerste idool uit de popgeschiedenis: Sting. Ik was namelijk enorm fan van The Police. Mijn broer Marijn en ik draaiden op cassettebandjes de muziek van deze post-punk formatie stuk. Het nummer So Lonely was bij mij favoriet en ook dat nummer moest en zou ik playbacken op schoolfeestjes, hetgeen ook gebeurde.In mijn pubertijd werd ik gegrepen door de vitaliteit van punk en new wave bands en ook David Bowie. Ik was vaak te vinden in het ter ziele zijnde uitgaansbolwerk De Eland in Delft. Ik zag daar mijn eerste optredens en voelde me thuis tussen de alternatievelingen die daar kwamen. Ik zal nooit meer vergeten dat ik ademloos zat te luisteren naar een uitzending over de top 100 van journalisten. In deze VPRO-uitzending kwam de muziek aan bod van bands als Joy Division, Ramones, maar ook Jimi Hendrix, Lou Reed en The Velvet Underground. Lou Reed heb ik van al mijn geportretteerde muzikanten het vaakst gezien. De eerste keer was in Carré waar tijdens zijn New York Tour een meisje met een bos bloemen enthousiast op hem afloopt en zegt dat we van hem houden waarop Lou onderkoeld “oh really?” antwoord. Er volgden nog vele concerten en ik prijs mezelf gelukkig dat ik live nog betrekkelijk veel heb mogen meemaken van muzikanten die ik nog altijd bewonder, maar waar er al velen het leven hebben gelaten.